Baarn 1 verliest nipt van En Passant 2

Vrijdag 16 november vertrokken de Baarnse spelers van het eerste team, met veel zelfvertrouwen na de mooie overwinning tegen Hoevelaken, naar de vereniging van Bunschoten/Spakenburg, En Passant.

Net zoals de Baarnaars hebben zij op vrijdagavond hun clubavond in hun eigen clubgebouw in de vorm van een Toren.
Als we naar de teams op zichzelf keken, stond Baarn er op papier iets beter voor. En Passant had op het eerste bord een speler die met kop en schouders boven de rest uitstak, maar over de breedte was het Baarn dat gemiddeld net iets sterker was.

Helaas heeft Baarn dit niet waar kunnen maken. Aan de kop was het Pascal Losekoot (2064) die het opnam met wit tegen Dick de Graaf (2193). Pascal besloot de Italiaanse opening te spelen en kwam in eerste instantie onder druk te staan maar wist zich, na wat onnauwkeurigheden van De Graaf, goed staande te houden.

Ashley Krishnasing (1981) speelde op het tweede bord met zwart tegen Arie v/d Hoogen (1936), een Franse opening. Het was Krishnasing die al spoedig erg goed kwam te staan, doordat v/d Hoogen niet voor het juiste plan koos en hierdoor enkele pionnen ging verliezen.

Waldemar Moes (1981) speelde een solide partij, een Scandinavische variant tegen Arie van Diermen (1869). Moes wist zich de theorie niet meer goed te herinneren. Hierdoor koos hij voor een variant die iets minder scherp uitpakte. Het leek in eerste instantie zo te zijn dat Moes het initiatief kreeg, maar door een miscalculatie bleek dat Van Diermen zich voldoende kon verdedigen en dat hij het initiatief kreeg.

Yme Brantjes (1938) speelde op het vierde bord tegen Gijs-Cor Heuveling (1841). Brantjes koos voor een Benoni, na 1. d4 Pf6 snel ..c7-c5, maar zijn tegenstander speelde dit op een minder gebruikelijke manier, waardoor het alsnog een geweigerd Dame-gambiet werd. Brantjes ging actief met zijn Dame op pad en bleek ook het beste te zijn, maar was zich bewust dat hij zijn centrumpion beter had kunnen dekken. Heuveling profiteerde hier optimaal van, doordat Brantjes zich verrekend had en er achter kwam dat hij hier niet een andere pion voor kon terug winnen.

Op het vijfde bord speelde Daan Lensink (1868) een prima partij tegen Guido de Romph (1869). Met wit wist Lensink zijn tegenstander onder continue druk te zetten en heeft de grip op de partij sindsdien ook niet meer verloren. Deze partij is te zien in de partij van de week.

Kasper Wiegers (1781) speelde op het zesde bord met zwart tegen Henrik Koelewijn (1834). Wiegers probeerde door een vleugelactie snel een aanval te krijgen tegen de witte koning, maar vergat hierbij de veiligheid van zijn eigen koning. Toen de rookwolken waren opgelost bleken de investeringen van Wiegers niet voldoende te zijn en was het Koelewijn die zelf op koningsjacht ging.

Het zevende bord werd bemand door Ed Duister (1766) en Jan Matthijs van Leeuwen (1767). Duister speelde een actieve strijd tegen de Jaenisch-variant van het Spaans. Het was ook Duister die het betere spel kreeg, maar Van Leeuwen wist de gevaarlijke stukken van wit af te ruilen, waardoor er een gelijkwaardig dubbel toreneindspel overbleef met beiden een paard.

Henri Spijkerman (1805) speelde aan de staart tegen Robert Krouwel (1791). Spijkerman wist de strijd in evenwicht te houden en wikkelde uiteindelijk af naar een eindspel waarin Krouwel iets betere kansen kreeg.

Uiteindelijk was het Losekoot die de handdoek in de ring moest gooien tegen De Graaf. Losekoot koos een verkeerde voortzetting waardoor De Graaf een opmars kon beginnen met zijn f-pion. Na nog een onnauwkeurigheid in het resterende eindspel was het spel ook afgelopen.

Krishnasing wist zijn voordeel te behouden en v/d Hoogen probeerde met de laatste dreigingen er nog iets van te maken. Dit bleek niet voldoende en mocht Baarn er een punt bijschrijven: 1-1.

Brantjes kwam niet meer onder de druk uit. De pion die hij in de opening verloor tegen Heuveling bleek de doorslag. Gelukkig was het Moes die zijn partij wist te winnen, doordat Van Diermen zijn voordeel weer inleverde, waarvan Moes optimaal profiteerde: 2-2.

Lensink hield het hoofd koel en maakte zijn partij voortreffelijk uit. De Romph had de hele partij weinig tot geen kans en Lensink heeft dat van begin tot eind zo gehouden: 3-2 voor Baarn.

Wiegers kon de veiligheid van zijn koning niet langer waarborgen en moest recapituleren: 3-3.
Ondertussen mocht Baarn er wel weer een half puntje bijschrijven, omdat Spijkerman de strijd in balans kon houden. Na een remisevoorstel van Krouwel kon Spijkerman niet anders dan accepteren: 3,5-3,5.

Alle aandacht was op het bord van Duister gericht. Hij had een goede partij gespeeld en kreeg na afwikkeling vaak de iets betere kansen in het eindspel. Duister had een remise-aanbod gedaan, maar Van Leeuwen wilde doorspelen. De stelling bleef gelijk tot het moment dat Duister zich vergiste en met de koning de verkeerde kant opging: een zure nederlaag voor Baarn.

Baarn 1 En Passant 2 3,5 – 4, 5

P. Losekoot – D. de Graaf 0-1
A. Krishnasing – A. van den Hoogen 1-0
W. Moes – A. van Diermen 1-0
Y. Brantjes – G.C. Heuveling 0-1
D. Lensink – G. de Romph 1-0
K. Wiegers – H. Koelewijn 0-1
E. Duister – J.M. Van Leeuwen 0-1
H. Spijkerman R. Krouwel remise

Tranen voor Baarn en de felicitaties aan En Passant 2. De volgende wedstrijd speelt Baarn 1 op vrijdag 7 december thuis tegen Houten 1.

Hieronder een aantal partijen. In de partij van de week 25 een verwijzing naar de mooie overwinning van Daan, die wordt becommentarieerd door Henri.

De volgende partij is later ingebracht door Kasper Wiegers en geanalyseerd door Kasper zelf en Ashley. Helaas lukte het hem niet om zijn aanvalspartij met succes af te ronden. Wel laat de analyse zien dat hij zeker niet zonder kansen zat. Zeker een gelegenheid om meer te verdiepen in de theorie van de KI type aanval en plannen, zodat Kasper kan leren (en wellicht nog veel meer mensen waaronder ikzelf ook), wannneer de Koning veilig staat of in veiligheid gebracht moet worden bij een flankaanval.