Over wandelende koningen en geschaakte dames

Verslag: Walter Schram, foto’s: Ton Koekkoek, Walter Schram

 We schrijven 23 februari 2018. Omdat het achttal thuis tegen Soest speelt (en een mooie 5,5 – 2,5 overwinning behaalt) zijn er voor de interne competitie maar 8 spelers aan te borden te vinden. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat er niet genoeg te beleven viel.

De partij tussen Johan Vermulst met wit en Erik van Lier trapte af met het Albin’s Tegengambiet. Vermulst was blijkbaar niet bekend met deze opening want daar waar normaal gesproken zwart het met een pion minder moet doen kwam in dit geval wit met 1 zo’n noeste strijder minder uit de opening. Toen Vermulst daarna in twee zetten zowel zijn toren als zijn dame weggaf begon het weekend voor beide heren vroeger dan normaal op vrijdagavond.

Van der Braak overdenkt waar zijn toren heen moet.

Bij Rogier Burger tegen Henk Willemsen kwam de Hongaarse opening op het bord. Nadat al vrij snel de dames waren afgeruild ontstond er een redelijk gelijkwaardige stelling. Op de 10e zet ging Willemsen echter in de fout, dit koste hem een pion en als extra cadeautje kreeg hij ook nog een dubbelpion. Het ontstane voordeel werd door Burger keurig vastgehouden tot het eindspel maar omdat Willemsen prima verdedigde was er nog niet meteen sprake van een gewonnen eindspel. Maar wits Koning ging wel stevig aan de wandel en toen hij zijn plekje in de zwarte stelling had gevonden dacht Willemsen door torenruil de dreigingen af te wenden maar dit had een averechts effect. Burger kreeg een vrijpion die niet meer te stoppen zou zijn en Willemsen moest hem feliciteren. Burger schoof daarmee een plaatsje op naar de 6e plaats op de ranglijst.

André van der Braak speelde met wit het Koningsgambiet tegen Walter Schram. Schram speelde zijn g-pion te ver op maar meteen daarna offerde Van der Braak zijn loper op f7. Als Schram dat offer had aangenomen was er niets aan de hand geweest maar ook hij ging met zijn koning aan de wandel. Wit deed echter op zowel zet 14 als 15 zwakke zetten en het voordeel zou vrijwel beslissend voor zwart zijn geweest. Ware het niet dat Schram dacht een leuk tactisch grapje te zien waarmee hij een toren en een pion tegen een paard dacht te winnen. Dat was ook wel zo, maar helaas kreeg wit in ruil daarvoor een niet meer te keren mataanval en Schram schudde Van der Braak de hand.

Krijnen en Keijzer gingen door tot de laatste snik. Overigens loopt de klok hier ten onrechte voor zwart, wit is aan zet.

De langste partij van de avond was die tussen Christian Krijnen met wit tegen Conrad Keijzer. Na een Franse opening ontstond er een boeiende partij waarin beide spelers sterke met zwakke zetten afwisselden. En ook hier begonnen de Koningen het bord te verkennen. Keijzer rokeerde überhaupt niet en positioneerde zijn Koning op de 7e rij om zijn torens over de h-lijn te kunnen verdubbelen, Krijnen wandelde na wel kort gerokeerd te hebben met zijn Koning terug naar e2. In het eindspel miste zwart tot twee keer toe de winnende voortzetting en omdat de klok inmiddels zeker voor wit onverbiddelijk naar 0.00 begon te tikken besloten de heren dat remise ook een prima uitslag was.

Omdat de voltallige top 5 tegen Soest speelde veranderde er aan de kop van de ranglijst niets.

Vermulst – Van Lier                       0 – 1

Van der Braak – Schram               1 – 0

Krijnen – Keijzer                             0,5 – 0,5

Burger – Willemsen                        1 – 0

One Response to Over wandelende koningen en geschaakte dames

  1. Ed Duister schreef:

    Leuk geschreven Walter.

Laat een reactie achter op Ed Duister Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *